Een gerechtelijke fabel
In een andere zaal wordt een wettekst grammaticaal omgezet in alle mogelijke vragen. Ieder van die vragen wordt met de mond van een verschillend dier verwoord, zoals in een geïllustreerde fabel. 'Theatrale voorstelling van artikel 338 van het Wetboek van Strafrecht met het publiek in de hoofdrol', zo luidt de titel van het werk dat de bedoeling van de transformatie van de tekst aangeeft: het publiek controleert in laatste instantie de rechtvaardigheid van een uitspraak die door een rechter wordt gedaan.
|
Aanhalingen en spreekwoorden
In de enquettekamers hebben de werken een meer intiem karakter: in iedere kamer een enkele zin, aanhaling of spreekwoord. Verduisterd door zijn eigen schaduw vertoont de tekst, onopvallend aanwezig, zich nagenoeg onleesbaar en nodigt uit om ontcijferd te worden op zowel een visuele als een conceptuele manier.
|
|